C.A. Overbeeke, bemanningslid van de reddingsboten van Burghsluis
Cornelis Adriaan Overbeeke
Cornelis Adriaan Overbeeke is geboren op 14 februari 1907 in Burghsluis.
Zijn vader was Krijn Overbeeke en zijn moeder was Maria Kommer.
Zijn roepnaam was Cor.
Na het verlaten van de lagere school in Burgh werkte hij in de landbouw en in de winterperiode in de duinen bij het aanplanten van het dennenbos in Westenschouwen. Hij was ook wel werkzaam bij het laden en lossen van schepen in de haven van Burghsluis.
Vandaar dat hij met belangstelling keek naar de reddingsboot Prinses Juliana, die in Burghsluis gestationeerd was.
Je moest in die tijd wel opvallen, maar in januari 1933 mocht hij voor het eerst mee als opstapper op de reddingsboot.
1970-1975 Burghsluis De opstappers van de reddingsboot Pres. Jan Lels. Foto op het water gemaakt. V.l.n.r. Jaap Polderman, Huib Landegent, Cor Overbeeke en Adriaan Thijsse
1940-1950 Burghsluis. V.l.n.r. Lo Beuzenberg, Cor Overbeeke, Cees Visser, N.N., Iman Walkier, met gebost stro.
Ook vermeldenswaardig is dat hij een schriftelijke cursus volgde voor havenmeester, brugwachter en sluismeester, waarvoor hij in 1936 een diploma ontving.
Hij trouwde op 14 juni 1939 met Francien van der Est. Zij woonde in Rotterdam en kwam in de zomermaanden met de familie waar zij werkte naar Westenschouwen, waar deze familie een zomerwoning bezat.
Uit dit huwelijk werden drie jongens en één meisje geboren: Kees, Giel, Gerrit en Marja.
Cor woonde op Burghsluis, aan het Oude Sluusje, op nummer 10.
Voor de bemanning van de reddingsboot, waarvan hij als opstapper deel uitmaakte, was het gebruikelijk dat wanneer men trouwde er door de reddingsmaatschappij een bijbel en een linnenkast werden geschonken.
In de bijbel werd de trouwdatum en andere belangrijke gebeurtenissen genoteerd. De linnenkast was voorzien van een plaatje met daarop de gegevens van de maatschappij en de reden waarom dit meubel geschonken was.
1939 Huwelijks geschenk uit het fonds van Emile Robin
Tijdens de oorlog werd Cor benoemd tot sluiswachter van de getijdensluis in Burghsluis. Hij was daardoor vrijgesteld van werk in Duitsland in verband met zijn functie.
Wel werd hij gevorderd voor werk op het strand, waar de Duitsers versperringen aanlegden. Met een soort waterfiets werden explosieven aangebracht. In eerste instantie werd dit door Duitse soldaten uitgevoerd, maar dat ging helemaal mis en de soldaten kwamen met een nat pak terug op het strand.
Omdat Cor op de reddingsboot voer, moest hij het proberen. Hij zei dat hij dit werk niet kon uitvoeren, maar met een geweer op hem gericht koos hij eieren voor zijn geld en probeerde het toch. Hij ramde de eerste paal die hij tegenkwam en de waterfiets viel om. De soldaten dachten dat hij sabotage pleegde en namen hem mee naar een bunker waar hij werd ondervraagd. Na een nacht werd hij toch weer vrijgelaten.
De laatste reis van de reddingsboot Prinses Juliana was op 15 maart 1944. Er moest toestemming worden gegeven door de Duitse commandant, maar dat duurde volgens de schipper Jaap van der Klooster te lang. Daarom voeren zij uit zonder toestemming. Zij redden wel vier personen van een vissersboot.
Daarna hebben de Duitsers de toegang tot de loods, waar de reddingsboot opgeslagen was, afgegrendeld en er mijnen rondom gelegd. Uiteindelijk gooide een soldaat een handgranaat in de loods, waardoor zowel de boot als de loods zwaar beschadigd raakten. De schade werd niet meer hersteld en op dezelfde plaats bouwde de Duitse bezetter een bunker.
In 1944 werd door de bezetter bevolen dat gebouwen en huizen die dicht bij de buitendijk lagen moesten worden gesloopt. Dit gold ook voor de woning van Cor. Als noodoplossing kreeg hij een huis toegewezen in Burgh.
Na de oorlog werd deze woning weer verruild voor een van de woningen aan de Westbout. In 1947 verhuisde de familie naar het zogenoemde Nieuwe Burghsluis (Nieuwe Sluusje).
Daar werd Cor aangesteld als weger voor de twee weegbruggen van goederen die per schip van en naar Burghsluis kwamen. Naast dit werk bleef hij werkzaam in de landbouw.
In 1950 werd hij aangesteld als havenmeester van de gemeentehaven van Burghsluis. Omdat hij nu volledig werkzaam was in en bij de haven, werd hem gevraagd of hij ook andere werkzaamheden wilde uitvoeren voor onder andere het loodswezen en Rijkswaterstaat. Na toestemming van de gemeente werd dit goedgekeurd.
Op een bordje naast de voordeur stond vermeld:
“Hoofd van de Kustwacht”.
En daar was hij best trots op.
Na de oorlog kwam de reddingsboot niet direct terug naar Burghsluis en werd het station verplaatst naar Veere. Daar kwam een nieuwe boot: de Maria Carolina Blankenheym.
1964 Burghsluis. De reddingsboot "Maria Carolina Blankenheym", met achter zich de reddingsboot "Koningin Juliana", die als thuishaven Hoek van Holland had
1985 Burghsluis. De reddingsboot "President Jan Lels" met een deel van de bemanning. V.l.n.r. Jaap Polderman, Adriaan Thijsse, Cor Overbeeke en machinist Roon. Op de wal de burgemeester van Westerschouwen mevr. J. Niemantsverdriet-Leenheer; uit hoofde van haar functie was ze Commissaris van het Reddingwezen
1936 Burghsluis. De Reddingsboot Prinses Juliana met aan het roer schipper H v/d Est
Door het afsluiten van de Zandkreek (Veersegatdam) was Veere niet meer verbonden met open water, waardoor ook dit station werd opgeheven en de reddingsboot weer terugkwam naar Burghsluis.
Door de ramp van 1 februari 1953 werd de haven van Burghsluis vergroot tot de huidige omvang. Er werden enkele aanpassingen gedaan voor de reddingsboot en in 1961 werd de Maria Carolina Blankenheym in Burghsluis gestationeerd. Later werd deze vervangen door de President Jan Lels.
Na het gereedkomen van de Oosterscheldekering kreeg de Jan Lels een vaste ligplaats in de Roompothaven.
Cor Overbeeke was, net als veel opstappers van de reddingsmaatschappij, net zo fanatiek als de tegenwoordige spelers van een voetbalclub. Hij heeft aan veel reddingen deelgenomen en deed dat met veel plezier.
Een afsluiting wil ik u niet onthouden: hij was nooit zeeziek, terwijl veel van zijn collega’s wel eens overboord hingen.
Als hij aan boord ging nam hij altijd een ontbijtkoek mee, maar of dat geholpen heeft, betwijfel ik.
Bron: Kees Overbeeke
1934 Burghsluis. Een foto van 1934 van de reddingsboot Prinses Juliana. De personen op de foto die op de boot staan of zitten v,l,n,r, Marie Overbeeke, Cor Overbeeke, Jaap Dijkgraaf en Van der Est. Aan de buiten kant van de boot Betsie Krijger, Nellie Thijsse, Krijn Schoonaard, een onbekende, Cor Schoonaard en Corrie Jonker